Dissociatieve Identiteits Stoornis (DIS) is waarschijnlijk een van de meest omstreden psychiatrische diagnoses. Sinds de officiële erkenning in de DSM-IV, vindt er een heftige discussie plaats tussen de aanhangers van de iatrogene visie en de aanhangers van de traumagene visie over het ontstaan van de stoornis. Voorstanders van de iatrogene beweren dat DIS ontstaat door psychotherapeutische behandeling en het creëren van valse herinneringen. Voorstanders van de traumagene visie menen dat DIS een ernstige vorm van post-traumatische stress-stoornis (PTSS) is.
Volgens de DSM-IV, wordt DIS gekenmerkt door onder andere een verstoring in het bewustzijn en de aanwezigheid van twee of meer verschillende identiteiten of persoonlijkheidsstaten. Elk van deze staat heeft zijn eigen perceptie, reacties en gedachten. Vanuit de traumagene visie bekeken, is DIS vermoedelijk een zelfbeschermende reactie om het hoofd te bieden aan chronische, ernstige traumatisering, zoals aanhoudend misbruik in de kinderjaren. Als gevolg van deze copingstrategie worden er verschillende soorten identiteitsstaten ontwikkeld: Neutrale Identiteits Staten (NIS) en Trauma-gerelateerde Identiteits Staten (TIS). In een NIS zijn de DIS patiënten gericht op het functioneren in het dagelijks leven. De NIS laat amnesie zien voor traumatische herinneringen, waardoor deze identiteitsstaat geen bewuste toegang tot de trauma-gerelateerde informatie heeft. In tegenstelling tot de NIS heeft de TIS wel bewust toegang tot de traumatische herinneringen.
Tot op heden heeft onderzoek naar amnesie bij mensen met DIS tegenstrijdige resultaten opgeleverd. Bij het testen van amnesia tussen de verschillende identiteiten met behulp van psychologische testen, werd er geen bewijs gevonden voor inter- identiteits amnesia bij het leren van niet-biografische informatie, zelfs wanneer dit wel subjectief gerapporteerd werd door de DIS patiënten. Deze bevindingen vormen een onderbouwing voor de iatrogene visie. Daarentegen laat een innovatief functioneel neuroimaging onderzoek met behulp van positron emissie tomografie (PET) resultaten zien die in lijn zijn met de traumagene visie en subjectieve reacties van mensen met DIS (kijk voor referenties onder 'mensen'). In deze studie werden verschillen gevonden tussen de NIS en de TIS in subjectieve reacties, cardiovasculaire reacties en cerebrale activatiepatronen wanneer mensen met DIS werden blootgesteld aan autobiografische trauma-gerelateerde informatie.
Hoe kunnen deze schijnbare verschillen met elkaar worden gerijmd? Dat is precies het onderwerp van dit onderzoeksproject. Dit onderzoeksproject beoogt, met behulp van state-of-the-art brain imaging technieken, om de etiologie van DIS te verklaren in een ontwerp waarin zowel de iatrogene als de traumagene visie onderbouwd worden. Daarnaast probeert dit onderzoek de verschillen en / of overeenkomsten in functionele hersenmechanismen en anatomische structuren tussen patiënten met DIS en verschillende controle-groepen te identificeren. De te integreren informatie van de multi-modale brain imaging technieken levert een grote bron van gedegen informatie op over de interactie van de hersenfunctie en anatomie in DIS. De resultaten zullen van grote waarde zijn voor zowel de aanhangers van de traumagene als de iatrogene visie bij het onderzoek naar de etiologie van DIS. Daarnaast kunnen de resultaten informatie opleveren voor psychotherapeuten en daarmee bijdragen aan een consensus over de diagnose en behandeling van DIS. Dit project is ontstaan uit een neurowetenschappelijk belang, maar is tevens in samenwerking met deskundigen uit het klinische gebied (zie ook hier).
Last update 22 April 2011 © a.a.t.s.reinders 2008-2011